dinsdag 11 december 2007

PJ uit NZ

Denemarken heeft Lars von Trier, Spanje heeft Pedro Almodovar en Nieuw-Zeeland – of all places – heeft Peter Jackson: deze mensen hebben hun land letterlijk op de filmkaart gezet. Wat ze met elkaar gemeen hebben, is dat ze door puur talent en doorzettingsvermogen staan waar ze nu staan in hun vakgebied: aan de top. Hierdoor hoeven ze niet te veel compromissen te sluiten, maar ze kunnen de projecten aanvatten die ze willen. Niet veel mensen in de door commercie beheerste filmwereld kunnen dit zeggen. Maar wat meer is: ze zijn daar geraakt, precies door weinig compromissen te sluiten. Want laat ons eerlijk zijn: filmstudio's kunnen in vele gevallen zorgen voor geld (veel geld!) maar aan deze medaille is een bijzonder vervelende keerzijde: je moet immers bereid zijn om te mikken op de grootste gemene deler van het bioscooppubliek. Of dacht je dat de films die je vandaag in de multiplexen kunt gaan bekijken écht het resultaat zijn van louter artistieke ambities?

Maar er zijn dus uitzonderingen. Toen we enkele jaren geleden The Lord Of The Rings: The Fellowship Of The Ring en wat later ook deel 2 en 3 konden bekijken, was dit niet het zoveelste product dat op een vergadering van aandeelhouders ontstaan is. Drie films die peperduur zijn en elk ruim 3 uur duren zijn commercieel niet echt helemaal verantwoord. Maar dit was iemands droom die uitkwam, niets meer en niets minder. De droom was een boek te verfilmen, dat beschouwd wordt als een ijkpunt in de twintigste-eeuwse (fantastische) literatuur. De man achter dit alles was Peter Jackson.

In feite deed Jackson wat hij zijn hele leven al gedaan had: koppig zijn eigen zin doordrijven. Van toen hij als kind King Kong gezien had, wist hij wat hij wilde doen: films maken. Hij begon dus het nodige materiaal te verzamelen, korte filmpjes te draaien en mensen bij elkaar te brengen die zijn passie deelden. En hij draaide uiteindelijk zijn eerste lange film. 't Is te zeggen: elk weekend, elk uurtje vrije tijd kwamen hij en een aantal andere prettig gestoorde geesten samen om die film in mekaar te knutselen. Zonder het grote geld, maar met veel ambitie en goesting. De film heette Bad Taste. De filmwereld zou nooit meer dezelfde zijn.

Het verhaaltje van Bad Taste is te gek om los te lopen: aliens hebben net de smaak van mensenvlees ontdekt, en ze willen het verwerken tot een soort van intergalactische fastfood. Dit is echter buiten het AIDS (Astro Investigation and Defense Service) gerekend, een zootje ongeregeld dat de strijd aanbindt met de aliens. In ware splattertraditie spatten bloed en hersenen in het rond, maar het is allemaal met zoveel humor en enthousiasme gedaan, dat de film pure fun is.

Dat kun je trouwens ook zeggen van de volgende films die Jackson maakte. Meet The Feebles is een krankzinnige, muzikale poppenfilm; denk aan een kruising tussen The Muppets, Deep Throat en Rambo, en je komt aardig in de buurt. Je moet het zien om het te geloven! En Braindead is dan weer een alle-remmen-los-variant op het zombiethema, waarin een schuchtere jongeman een bende zombies in zijn kelder verborgen tracht te houden voor de buitenwereld.

In het cultciruit had Jackson intussen naam gemaakt, zeker naar aanleiding van de laatstgenoemde film. Met Heavenly Creatures verraste hij in 1994 echter vriend en vijand. Gebaseerd op waar gebeurde feiten, leidt Jackson ons binnen in de gevoelswereld van twee tienermeisjes die, als ze dreigen van elkaar gescheiden te worden, een vreselijk plan bedenken. Net als met The Lord Of The Rings, bewees hij hier al een neus te hebben voor jong, beloftevol talent. Na deze film zou Kate Winslet immers uitgroeien tot één van de topactrices van haar generatie.

Een oversteek naar Amerika leek de volgende, logische stap. Daar maakte Peter Jackson The Frighteners, een komische horrorfilm met een niet onaardige Michael J. Fox in de hoofdrol. The Frighteners is zeker geen slechte film: grappig en boordevol geweldige special effects. Maar je voelt dat hier compromissen gesloten zijn: de scherpe randjes zijn eraf gevijld. Het is een amusante kijkervaring, maar geen film die je echt bijblijft. Jackson moet dit zelf ook beseft hebben: van nu af aan zou hij zich wel nog laten financieren vanuit Amerika, maar zijn vertrekbasis zou voor eens en voor altijd Nieuw-Zeeland zijn.

De rest is geschiedenis. Met The Lord Of The Rings maakte Peter Jackson een meesterwerk, waarmee hij zich bewees als één van de grootste hedendaagse filmregisseurs. Net als George Lucas met Star Wars deed, 30 jaar geleden, heeft hij een trilogie gedraaid die telkens opnieuw bekeken kan worden en ongetwijfeld in de toekomst steeds nieuwe generaties zal kunnen bekoren. En als ooit The Hobbit verfilmd zou worden, zeg maar de prequel op The Lord Of The Rings, is het dan ook voor velen ondenkbaar dat iemand anders aan het roer zou staan.

Bovendien gaf het succes van The Lord Of The Rings hem de kans om een project aan te vatten dat hij al lang koesterde: een nieuwe versie van King Kong draaien, de film waar het allemaal mee begonnen is. Met heel veel liefde voor het origineel maakte hij er een wervelende hommage van, waarbij de kijker zich werkelijk teruggeslingerd weet in de tijd en zich waant in het New York van de jaren ‘30. Het was een kinderdroom die uitkwam. En uiteindelijk is dat, en misschien wel niets anders, de essentie waar het in films om gaat: dromen!

1 opmerking:

morgan zei

hmmm, 't wordt tijd om nog eens een LOTR marathon te houden...
en om Heavenly Creatures terug te bekijken...
voor de zoveelste keer dus!