maandag 21 april 2008

De natuur is analoog

Velen zullen zich misschien nog herinneren hoe in de jaren '80 van de vorige eeuw een nieuwe geluidsdrager ge├»ntroduceerd werd: de compact disc, of kortweg CD. De geluidskwaliteit werd geprezen, evenals de onverslijtbaarheid van het schijfje. Oude vinylplaten werden plots enkel nog iets voor nostalgici. De vraag was trouwens niet of, maar wanneer ook jij overstag zou gaan en je een CD-speler zou aanschaffen. Na verloop van tijd werden albums enkel nog op CD uitgebracht. Nadat je dan uiteindelijk die oude platenspeler had weggedaan – want je kocht toch enkel nog CD's – werd je platencollectie waardeloos.

Maar niet getreurd, want platenlabels maakten van de gelegenheid gebruik om zowat hun volledige catalogus opnieuw uit te brengen op CD. Velen kochten dus de albums die ze enkele jaren voordien als LP gekocht hadden nu op CD. De CD-verkoop kende pieken waar de platenlabels vandaag alleen nog maar van kunnen dromen. Wat men er meestal niet bij vertelt, is dat deze pieken in feite het gevolg waren van een tweede keer langs de kassa te passeren voor hetzelfde product. Voor een plaat waar je enkele jaren voordien al auteurs- en andere rechten op betaald had, moest je dit nu opnieuw doen als je het ding wilde kunnen afspelen op de nieuwe apparatuur.

In de hele discussie over de kelderende CD-verkoop is dit geen onbelangrijk gegeven. Na de introductie van het digitale kleinood heeft men immers in belangrijke mate geteerd op het recycleren van muziek uit de decennia voordien. Tegen de eeuwwisseling had iedereen zijn oude platencollectie intussen wel op CD, althans de platen die men nog graag wilde beluisteren. Het falen van nieuwe audioformaten als DVD-audio en SACD toonde trouwens aan, dat het publiek geen zin had om een derde keer voor hetzelfde product te betalen.

Dit zou trouwens een verhelderende geschiedenisles kunnen zijn voor zij die vandaag gokken op Blu-ray, dat het concurrerende HD-DVD “verslagen” heeft als mogelijke opvolger van de DVD. Zit er iemand te wachten op een nieuw videoformaat, nu iedereen de voorbije jaren zijn VHS-videocassettes vervangen heeft door DVD-schijfjes? Ik ben in elk geval nog niet meteen van plan mijn DVD-speler te vervangen door alweer een nieuw systeem.

Maar laat ons even terugkeren naar de CD, dat ding dat onverslijtbaar was en een zoveel betere geluidskwaliteit had dan de oude vinylplaat. Maar is dat wel zo? Mijn CD-collectie bevat in elk geval heel wat bekraste exemplaren, dus onverslijtbaar zijn ze zeker niet. Intussen wordt dat ook niet meer beweerd, maar 20 jaar geleden was het wel een verkoopsargument!

En dan wil ik toch even nostalgisch worden. Want een CD beluister je, maar een LP kun je koesteren. Om te beginnen is het artwork van een CD maar een flauw afkooksel van dat van een LP. Voor degenen die vertrouwd zijn met fotoalbums op het internet: als een LP-hoes de werkelijke foto is, dan kun je een CD-hoesje beschouwen als een thumbnail die je slechts een indruk geeft van hoe het eruit moet zien. Het uniforme plastic doosje waardoor elke CD hetzelfde, steriele uitzicht heeft, helpt ook al niet. Een CD doet niet eens moeite om te verbergen dat het een massaproduct is, terwijl je bij een LP toch meer het gevoel had iets unieks te bezitten. De CD geeft je dan wel de mogelijkheid muziek te beluisteren in digitale kwaliteit, maar weinig CD's bieden daarbovenop een meerwaarde. Verbaast dan de keuze die sommige mensen maken als ze dezelfde muziek gratis van het internet kunnen plukken? Deze muziek is dan meestal gecomprimeerd tot mp3-bestanden, en dus van een mindere kwaliteit dan de oorspronkelijke CD.

Maar is die oorspronkelijke CD-kwaliteit dan wel zo geweldig? Want dat was toch dat andere verkoopsargument? Hierbij moet je weten, dat bij het omzetten van analoge naar digitale muziek keuzes gemaakt worden: welke signalen worden wel, en welke worden niet omgezet in een digitaal signaal? Een volledig album mag immers niet meer dan 700 MB in beslag nemen, want anders raakt het niet op zo'n schijfje! Als ik het heel eenvoudig mag samenvatten, kun je stellen dat frequenties die niet waargenomen worden door het menselijk oor uit de muziek gefilterd worden. Iedereen die ooit wel eens een concert bijgewoond heeft, weet echter dat geluid ook op andere manieren waargenomen wordt dan enkel via de oren. De keuze tussen de originele CD en een mp3-bestand is dus niet de keuze tussen het origineel en een gecomprimeerde versie; het is een keuze tussen een gewone digitale versie – waarbij sowieso al compromissen gesloten werden – en een gecomprimeerde digitale versie. Een vinylplaat daarentegen benadert trouwer de oorspronkelijke muziek, want er werden geen plaatsbesparende bewerkingen op uitgevoerd. Als je een plaat oplegt hoor je weliswaar bijgeluiden die weleens omschreven worden als “spek bakken”, maar je kunt de muziek ook beluisteren in al zijn glorie. Een CD heeft niet de bijgeluiden, maar ontbeert in al zijn steriliteit ook de warme, volle klank van het origineel.

De voorbije decennia heeft men ons ervan proberen te overtuigen dat digitaal synoniem is van kwaliteit. We zijn dan ook massaal overgestapt op digitale muziek, digitale foto's en ga zo maar door. Maar een digitaal bestand is nooit meer dan een vertaling van de werkelijkheid in nulletjes en eentjes, ongeacht of het gaat om bijvoorbeeld een afbeelding of een geluidsbestand. Hierbij moet altijd de keuze gemaakt worden hoe gedetailleerd de vertaling gebeurt. Denk bijvoorbeeld aan fototoestellen: sommige leveren foto's af van 4 megapixels, andere van 6 of 10 megapixels. Maar als je ver genoeg inzoomt, kom je altijd terecht op de blokjes, de digitale stukjes informatie, waaruit de foto is samengesteld.

Maar de natuur is niet samengesteld uit blokjes. De natuur is analoog.