zondag 3 augustus 2008

Aarschot

Als je Antwerpen, Brussel en Hasselt door een denkbeeldige lijn met elkaar zou verbinden, vind je pal in het midden van deze driehoek de stad Aarschot. Wellicht spreekt dit stadje weinig tot de verbeelding, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Leuven, dat een kleine 20 km verder ligt. Vooral door de aanwezigheid van een universiteit heeft Leuven een wereldwijde uitstraling. Aarschot daarentegen is een klein provinciestadje, onbekend voor zij die er nog nooit geweest zijn. En toch herbergt dit stadje enkele goed bewaarde geheimen. Tijdens het weekend van 1 en 2 augustus 2008 kon je kennismaken met twee ervan: Rovic en het Hageland Festival.

Het Hageland Festival was dit jaar aan zijn achtste editie toe. In het verleden had men het over het Hageland Punk & Hardcore Festival, dat een onderdeel was van de Osschotse Feesten. Ondertussen staat het festival op eigen benen en opteert men ervoor om te trachten autonoom een breder publiek aan te spreken. De punk- en hardcoregroepen werden voornamelijk de eerste dag geprogrammeerd; tijdens de tweede dag was eerder de brede noemer “pop en rock” van toepassing. De verdeling klopte niet helemaal: het indie-rockgeluid van Soon op de eerste dag had weinig van doen met punk of hardcore; Rovic opende dan weer de tweede dag op de Club Stage, maar deze groep zou beter gepast hebben tussen het hardere werk van de eerste dag. Maar dit is slechts een detail: de verruimingsoperatie is geslaagd en zorgde voor een boeiende affiche.

Het festival bood de gelegenheid om onbekende maar niet zelden interessante groepen te leren kennen. Uiteindelijk is dat voor mij nog altijd de belangrijkste reden om naar een muziekfestival te gaan: niet voor de artiesten die je al kent, maar om groepen te leren kennen waar je nog nooit van gehoord hebt en die je af en toe kunnen verrassen. Uiteraard heb ik genoten van headliner De Mens, maar zij waren niet de reden dat ik daar was; zij boden eerder een vertrouwd geluid na twee dagen van ontdekkingen.

Ik heb geen bezwaar tegen beukende drums, een pompende bas en gitaren die stijf staan van distortion. Wat dat betreft kwam ik de eerste dag zeker aan mijn trekken. Voor een buitenstaander klinkt het allemaal misschien als een hoop luide herrie, maar elke groep die de eerste dag aantrad had wel degelijk zijn eigenheid. Niet zelden zag je trouwens getalenteerde muzikanten aan het werk, die toevallig wel weinig radiovriendelijk materiaal speelden. Persoonlijk heb ik vooral genoten van Sunpower, een groep uit Opwijk die met zichtbaar genoegen rechttoe-rechtaanpunk speelde en hiermee naar verluidt ook in het buitenland al hoge ogen gegooid heeft. Verder waren, wat mij betreft, de hardcoregroepen Homer en Jerusalem The Black aangename ontdekkingen.

Afsluiter van de eerste dag was het Amerikaanse Death By Stereo, dat zich vooral liet opvallen door energieke vocals en virtuoos gitaarvuurwerk. De groep speelde duidelijk graag spelletjes met het publiek. Denk hierbij aan het organiseren van een wall of death, maar ook aan mensen uit het publiek uitdagen om te komen strippen op het podium. Zelf lieten ze zich hierbij trouwens niet onbetuigd, met een blote gitarist en twee andere groepsleden met de broek op hun enkels als resultaat. Ik vraag me wel af of de twee jongens uit de streek, die poedelnaakt op het podium stonden, daar nog zo blij om zullen zijn als er binnenkort foto- of videomateriaal daarvan zou opduiken op het internet...

De gezinsvriendelijkheid op de tweede dag lag duidelijk een stuk hoger, hetgeen zich vertaalde in de aanwezigheid van heel wat ouders met kinderen. Er werd dan ook een veelzijdig mainstreampakket aangeboden, met inbegrip van Nederlandstalige rock (Andes, De Mens), het typische countrygeluid van Johnny Cash (Cash Reloaded) of mooie, tweestemmige zang die soms een rockvariant leek op Simon and Garfunkel (Norma). De grootste verrassing voor mij was echter Freaky Age, een stel tieners die een zeer professionele set neerpootten. Hun naam was mij niet geheel onbekend: op Studio Brussel belandde hun laatste single vorige maand op de eerste plaats in De Afrekening. Maar in de plaats van het gehypete groepje dat ik dacht te gaan aanschouwen (wie zonder vooroordelen is, werpe de eerste steen), zag ik een band aan het werk met een charismatische frontman (enfin, frontjongen) en een strak geluid. Zelfs een cover van The Who's Pinball Wizard zetten ze geloofwaardig neer: chapeau!

Op die tweede dag van het Hageland Festival kon je ook dat andere goed bewaarde Aarschotse geheim aan het werk zien: Rovic. Ik leerde deze groep kennen op de editie 2005 van wat toen nog het Hageland Punk- en Hardcore Festival heette. Het rauwe maar toch melodieuze geluid en de evenwichtige afwisseling tussen mannelijke en vrouwelijke vocalen spraken mij toen meteen aan. #01, hun debuutalbum, zat de voorbije jaren regelmatig in mijn CD-speler. Vorige zaterdag bewezen ze dat ze intussen alleen maar beter en professioneler geworden zijn. Het was dan ook bijzonder jammer dat ze zo vroeg geprogrammeerd stonden. Deze groep verdient een groot, enthousiast publiek dat volledig uit de bol gaat, niet zoals nu: lege plekken voor het podium en alleen enkele vroege vogels die druppelsgewijs aankwamen.

Rovic heeft alles in zich om nationaal én internationaal mee te tellen: een eigen geluid, getalenteerde muzikanten, een tomeloze energie en de wil om het te maken. Als het klopt dat talent komt bovendrijven, zul je in de toekomst ongetwijfeld nog van hen horen. En misschien zorgen zij er dan wel voor dat Aarschot bij velen binnenkort wat bekender in de oren zal klinken.


1 opmerking:

morgan zei

wij konden van op afstand 'meegenieten', niet echt mijn ding, maar ik ben blij dat je er zo van genoten hebt!